
Ik
vroeg om kracht en God gaf mij moeilijkheden om me sterk te maken.
Ik vroeg om wijsheid en God gaf problemen om te leren op te lossen.
Ik vroeg om voorspoed en God gaf me verstand en spierkracht om mee te werken.
Ik vroeg om moed en God gaf me gevaren om te overwinnen.
Ik vroeg om liefde en God gaf me mensen om te helpen.
Ik vroeg om gunsten en God gaf me kansen.
Ik ontving niets van wat ik vroeg.
Ik ontving alles wat ik nodig had.


Wat zegt Jezus?

Misverstand laten bestaan?
Dominee P.Brooks zei eens het volgende:
"Jullie, die misverstanden jarenlang laten voortbestaan met de gedachte dat je ze weleens een keer uit de wereld zult helpen; jullie die nors en ontstemd de mensen op straat tegemoettreden en geen woord met hen wisselt om een onnozele belediging, denk eraan dat jullie je zullen schamen als er iemand van jullie zal sterven. Als jullie plotseling inzien dat de tijd zeer kort is, dan zou die betovering verbroken zijn. Dan zouden jullie de dingen meteen in orde gaan maken, alsof je geen gelegenheid meer zou hebben om dat te doen!"
De grootste ongerechtigheid die wij zouden moeten vergeven, is heel klein in vergelijking met wat ons vergeven werd.
Bron: H.G. Bosch (de stem in de woestijn)
Want ik schaam mij het evangelie
niet;
want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft
Romeinen 1:16
Waar het in het leven op aankomt..
Het
komt er niet op aan gelukkig te zijn, maar anderen gelukkig te maken.
Het komt er niet op aan geliefd te zijn, maar lief te hebben.
Het komt er niet op aan te genieten, maar te delen.
Het komt er niet op aan je te handhaven, maar om jezelf te verloochenen.
Het komt er niet op aan, dat God onze wil doet, maar dat wij Zijn wil doen.
Het
komt er niet op aan een lang leven te hebben, maar dat ons leven de juiste
inhoud heeft.
Het
komt er niet op aan wat mensen van ons denken, maar wat God van ons denkt
en wat wij voor Hem zijn.
Het
komt er niet op aan dat we niet hoeven te lijden, maar dat het lijden zijn
doel bereikt.
Het
komt er niet op aan wanneer we sterven, maar of we bereid zijn om God te ontmoeten.
bron: E. von Thiele-Winckler